Een werknemer is vijftien jaar in dienst als hij ziek wordt. De werkgever dient vijf dagen na de ziekmelding een aanvraag voor een ontslagvergunning in bij het CWI met als reden bedrijfseconomische/bedrijfsorganisatorische situatie. Het CWI weigert de ontslagvergunning.
Als de werknemer twee jaar ziek is, gaat de werkgever opnieuw naar het CWI. Nu met de reden dat er binnen het bedrijf geen passend werk voor de werknemer voorhanden is. Het CWI verleent nu wel een ontslagvergunning. De werknemer acht het ontslag kennelijk onredelijk en stapt naar de kantonrechter. Deze stelt hem in het gelijk en kent een schadevergoeding naar billijkheid toe ter hoogte van 32.500 euro. De werkgever gaat in beroep.
Hof
Het Hof oordeelt dat een ontslag van een werknemer die ziek is en niet meer in staat is om zijn eigen werk te doen, niet zonder meer onredelijk is. Echter, het feit dat er geen vergoeding is toegekend, maakt het ontslag gezien de omstandigheden wel kennelijk onredelijk. Hierbij weegt het Hof een aantal punten mee zoals het lange dienstverband, de onzorgvuldigheid van het aanvragen van de ontslagvergunning vijf dagen na ziekte, het verband tussen ziekte en werk en de kansen voor de werknemer om passend werk te vinden. Voor de berekening van een billijke vergoeding past het Hof de nieuwe XYZ-formule toe. De correctie-factor wordt gesteld op 0,15 omdat de arbeidsongeschiktheid niet door verwijtbaar handelen van de werkgever is ontstaan en de persoonlijkheidsstructuur van de werknemer heeft bijgedragen aan het ontstaan van de arbeidsongeschiktheid. De werknemer ontvangt een vergoeding van 15.000 euro.
Conclusie
Drie hoven hebben op 7 juli de schadevergoeding in geval van kennelijk onredelijk ontslag bepaald aan de hand van de XYZ-formule: X (aantal ‘gewogen’ dienstjaren) x Y (laatstverdiende brutosalaris) x Z (correctiefactor). De formule komt overeen met de ‘oude’ kantonrechtersformule, waarbij voor de berekening van de X-factor elk gewerkt dienstjaar tot de leeftijd van 40 voor 1 telt; tussen 40 en 50 voor 1,5 en vanaf 50 jaar voor 2. De Y-factor komt overeen met de B-factor van de kantonrechtersformule. In de Z-factor worden alle omstandigheden van het geval meegewogen, waarbij de Hoven in hun arresten een groot aantal relevante omstandigheden benoemen. Uitgangspunt is dat Z in beginsel niet hoger is dan 0,5. In bijzondere gevallen kan dit anders zijn. Ten slotte introduceren de drie Hoven nadrukkelijk een tweestappenleer. Eerst wordt de vraag gesteld of de opzegging kennelijk onredelijk is. Pas na positieve beantwoording komt de vergoedingsvraag aan bod. De verwachting is dat de Hoge Raad zich dit jaar nog zal uitspreken over eventuele reflexwerking van de kantonrechtersformule op de kennelijk onredelijk ontslagprocedure. Dit zal de rechtszekerheid ten goede komen, daar het nu – gelet op de verschillende benaderingswijzen van de Hoven – verschil kan uitmaken in welke plaats er geprocedeerd wordt. Wordt vervolgd!
Meer interessante en relevante jurisprudentie vindt u in Rechtspraak voor Medezeggenschap.












